Eerste stappen
Functie van de pCon.update DataClient
De pCon.update DataClient ondersteunt u bij het bijwerken van uw systeem. Afhankelijk van de componenten waarmee uw versie van de DataClient is uitgerust, kunnen de volgende bestanden worden bijgewerkt:
• OFML-productgegevens
• pCon-toepassingen
• documenten (bijv. prijslijsten, presentaties)
De DataClient voert de volgende taken uit:
• controleren welke bestanden moeten worden bijgewerkt
• downloaden van de benodigde bestanden
• installeren
Alle stappen zijn vrijwel volledig geautomatiseerd, zodat het bijwerken van uw systeem met pCon.update kinderspel wordt. Bovendien biedt de DataClient een aantal extra functies, die in de volgende hoofdstukken worden toegelicht.
Registratie via pCon.login
pCon.login
Om updates van internet te kunnen downloaden, hebt u een pCon.login-gebruikersaccount nodig. Als u nog geen pCon.login-account hebt, neem dan contact op met de persoon die binnen uw organisatie verantwoordelijk is voor pCon of registreer u hier: https://login.pcon-solutions.com/. Meer informatie over pCon.login vindt u hier: https://login.pcon-solutions.com/help.
Klik op het pCon.login-pictogram rechtsboven in de pCon.update DataClient om te controleren of u bent aangemeld bij pCon.login en welk gebruikersaccount wordt gebruikt. Hier kunt u zich ook op elk gewenst moment aan- en afmelden.
Nadat u op Aanmelden hebt geklikt, kunt u uw browservenster sluiten en verder werken in de pCon.update DataClient.
De DataClient configureren
In sommige gevallen is een speciale configuratie van de DataClient nodig. De configuratiemogelijkheden worden uitgelegd in de paragraaf Programma-instellingen.
Updates installeren
U kunt uw systeem bijwerken door de stappen in de DataClient-assistent achtereenvolgens uit te voeren. U bepaalt welke updates moeten worden geïnstalleerd en kunt vóór de installatie informatie over de afzonderlijke updates bekijken. De afzonderlijke stappen worden uitgelegd in de paragraaf Updates installeren. Daarnaast biedt pCon.update u de mogelijkheid om regelmatig en automatisch te controleren op nieuwe beschikbare updates. Als er nieuwe updates beschikbaar zijn, kunt u ervoor kiezen alleen een melding te ontvangen of de nieuwe updates automatisch te laten installeren. Deze functies worden uitgelegd in het hoofdstuk Updates plannen.
DataClient bijwerken
De DataClient wordt voortdurend verder ontwikkeld. Als er een nieuwe versie van de DataClient beschikbaar is, wordt u hiervan op de hoogte gebracht en kunt u deze automatisch laten installeren. Deze procedure wordt uitgelegd onder DataClient bijwerken.
De assistent gebruiken
Het programma leidt u stap voor stap door de afzonderlijke taken. Linksboven ziet u een overzicht van de stappen die nodig zijn om uw systeem bij te werken. De huidige stap wordt gemarkeerd.
Bij iedere stap kunt u de handleiding openen door op de F1-toets te drukken.
De uitgebreide functies gebruiken
Linksonder vindt u geavanceerde functies, zoals de programma-instellingen. Om de functies van het menu Uitgebreid te openen, klikt u op de gewenste optie.
Nadat u een van de opties in het gedeelte Uitgebreid hebt geselecteerd, verschijnen er onderaan andere knoppen. Met Terug kunt u het gedeelte Uitgebreid verlaten. Met de knoppen Toepassen en Negeren kunt u de instellingen opslaan of de wijzigingen ongedaan maken.
pCon.login-gebruikersmenu
Rechtsboven in de assistent vindt u de knop pCon.login. Als u hierop klikt, wordt een extra dialoogvenster geopend. Als u al bent aangemeld bij pCon.login, hebt u de volgende opties:
• Account beheren: opent uw pCon.login-overzichtspagina in uw browser.
• Afmelden: meldt u af bij pCon.login.
Als u momenteel niet bent aangemeld, vindt u hier de knop Aanmelden.
Informatie over installatie
De pCon.update DataClient kan worden gebruikt voor het bijwerken van verschillende bestanden. In dit hoofdstuk vindt u informatie over bijzonderheden van verschillende installatiepakketten.
U kunt momenteel de volgende stappen uitvoeren met pCon.update:
• OFML-gegevens installeren
• documenten distribueren
• toepassingen installeren
OFML-data installeren
De pCon.update DataClient kan worden gebruikt voor het installeren en bijwerken van OFML-gegevens. De DataClient bepaalt automatisch welke bestanden moeten worden bijgewerkt en downloadt alleen de benodigde bestanden. Er wordt rekening gehouden met de afhankelijkheden van de OFML-series. Om ervoor te zorgen dat de DataClient bestaande OFML-gegevens kan herkennen en correct kan bijwerken, moeten de volgende punten in acht worden genomen:
Voordat u voor het eerst OFML-gegevens met pCon.update installeert
• Op uw systeem moet ten minste één toepassing aanwezig zijn die OFML-gegevens kan verwerken.
• Als er nog geen OFML-gegevens op uw systeem aanwezig zijn, kunt u nu rechtstreeks OFML-gegevens installeren met de DataClient. Indien nodig vraagt de DataClient u in welke map de OFML-gegevens moeten worden geïnstalleerd. Deze vraag wordt slechts één keer gesteld; de map kan later niet meer worden gewijzigd.
Andere installaties voor OFML-gegevens gebruiken
Als u pCon.update wilt gebruiken om uw OFML-gegevens bij te werken, kunt u OFML-gegevens blijven installeren vanaf cd's. Houd er echter rekening mee dat deze cd-installaties alleen compatibel zijn met pCon.update als ze het Web Enabled-logo dragen.
Web Enabled-logo
Als u installaties zonder dit logo gebruikt, is uw systeem niet langer compatibel met pCon.update. In veel gevallen kan de compatibiliteit worden hersteld door pCon.update opnieuw uit te voeren. In sommige gevallen is echter handmatige tussenkomst vereist. Bovendien wordt aanbevolen om OFML-gegevens niet handmatig te installeren, omdat pCon.update handmatig geïnstalleerde gegevens niet herkent.
Technische informatie
De volgende paragraaf bevat technische informatie over het installeren van OFML-gegevens met pCon.update. Deze informatie is bedoeld voor gevorderde gebruikers en kan bijvoorbeeld helpen bij het oplossen van problemen.
Bij gebruik van pCon.update worden OFML-gegevens als volgt geïnstalleerd:
Centrale OFML-gegevensmap
Alle OFML-gegevens bevinden zich in een centrale map die door alle toepassingen gezamenlijk wordt gebruikt. De map kan lokaal of op een netwerkschijf staan.
Installatiedatabase
De installatiedatabase wordt gebruikt om te herkennen welke OFML-bibliotheken in welke versie zijn geïnstalleerd. Als er geen of een onvolledige installatiedatabase beschikbaar is, worden bestaande OFML-gegevens niet herkend. De installatiedatabase bevindt zich in het bestand install.db in de gegevensmap.
DLM's
Alle gegevenslicenties (DLM's) bevinden zich in de submap dlm in de gegevensmap.
Gegevensprofielen (registratie van de series)
Alle gegevensprofielen bevinden zich eveneens in de submap profiles in de gegevensmap. Voor elke fabrikant moet precies één gegevensprofiel bestaan. De gegevensprofielen moeten de bestandsextensie .cfg en de DSR-sleutel manufacturer hebben. De gegevensprofielen worden door alle toepassingen gezamenlijk gebruikt.
Fabrikanten registreren
De gegevensprofielen worden geregistreerd in het bestand default.profiles, dat zich in de submap profiles van de gegevensmap bevindt. Het bestand default.profiles bevat alleen de sleutel app.gf.data.profile, waarin de te laden gegevensprofielen worden vermeld. In het bestand etc/startup.cfg in de betreffende toepassingsmappen wordt naar het bestand default.profiles verwezen via de sleutel app.gf.data.profile.registration.
Met WEB-ENABLED 1.1 worden de gegevensprofielen daarom centraal voor alle toepassingen geregistreerd.
Documenten distribueren
pCon.update kan ook worden gebruikt voor het distribueren van documenten zoals pdf-bestanden, presentaties of spreadsheetbestanden. Zodra er nieuwe documenten beschikbaar zijn op de server, worden deze in de pCon.update DataClient beschikbaar gesteld om te downloaden, net als normale installatiepakketten. Een dergelijk installatiepakket kan een willekeurig aantal documenten bevatten.
Afhankelijk van de fabrikant worden sommige documenten die u via pCon.update ontvangt eerst opgeslagen in een centrale map. Deze map bevindt zich standaard in de map met gemeenschappelijke documenten en heet pCon.update Documents Inbox. Voor uw gemak wordt er op het bureaublad een snelkoppeling naar deze map aangemaakt. De map wordt automatisch aangemaakt wanneer u voor het eerst documenten via pCon.update ontvangt. U kunt in de programma-instellingen ook een andere map voor binnenkomende documenten instellen.
De documenten hoeven niet in de map te blijven waarin de DataClient ze automatisch opslaat. U kunt de documenten naar een andere map verplaatsen of ze verwijderen als u ze niet meer nodig hebt. Houd er rekening mee dat de DataClient elk document slechts één keer downloadt. Zodra u een document eenmaal hebt ontvangen, biedt de DataClient het niet meer aan om te downloaden.
Toepassingen installeren
Bij het installeren van toepassingen controleert de DataClient ook automatisch welke toepassingen en welke versies daarvan al op uw systeem aanwezig zijn. Alleen updates die nuttig zijn voor uw systeem worden ter installatie voorgesteld.
Het is bijvoorbeeld mogelijk dat zowel een volledige installatie als een update voor de laatste versie van een bepaalde toepassing op de server beschikbaar zijn. Als de laatste versie van de toepassing al op uw systeem is geïnstalleerd, wordt de update ter installatie voorgesteld. Als uw systeem nog een oudere versie van de toepassing bevat of als de toepassing nog helemaal niet is geïnstalleerd, wordt de volledige installatie voorgesteld.
Interactieve installatie
De DataClient biedt interactieve installatie om tijdens de installatie van toepassingen informatie van gebruikers op te vragen. Bij de eerste installatie wordt bijvoorbeeld gevraagd in welke map de toepassing moet worden geïnstalleerd.
Het installatiepakket wordt zoals gebruikelijk gedownload en gecontroleerd. De gebruikersinterface van de DataClient wordt tijdens de installatie verborgen; in plaats daarvan wordt de gebruikersinterface van het installatieprogramma weergegeven. U wordt stap voor stap door de installatie geleid. Nadat het installatieprogramma is voltooid, wordt de interface van de DataClient weer weergegeven.
Houd er rekening mee dat de automatische installatie geen interactieve installaties ondersteunt. Als de automatische installatie is ingeschakeld en een interactieve installatie vereist is, ontvangt u een melding en wordt de automatische installatie opgeschort totdat de interactieve installatie is uitgevoerd.
Doorgaans wordt de interactieve installatie gebruikt tijdens de eerste installatie.
Standaardinstallatie
In veel gevallen kunnen toepassingsupdates rechtstreeks door de DataClient worden uitgevoerd zonder het externe installatieprogramma te starten. In dat geval hoeft u het externe installatieprogramma niet afzonderlijk uit te voeren. Bovendien kunnen toepassingen hierdoor worden bijgewerkt met behulp van de automatische installatie.
Doorgaans wordt de standaardinstallatie gebruikt voor het bijwerken van reeds geïnstalleerde toepassingen.